Mijn moeke wordt stadswandelgids. Dat was voor mij een leuke aanleiding om eens met haar door mijn oude woonplaats te struinen en te kijken wat ze al allemaal kon vertellen. Het was leuk.
We begonnen bij een van de zeven steegjes. Waar vroeger pa, ma, acht kinderen en oma in de helft van een de nu zo schattige huisjes woonden. Zonder sanitair. Dat hebben ze nu wel. Maar voor de zekerheid stond er ook nog een dixi?

We liepen verder naar de Mariaplaats, waar nog een stuk van de oude kloostergang staat. De tuin in het midden staat vol met Mariaplantjes en bierblikjes. In degang waren vooral peukjes van joints en ander zwerfvuil te vinden. De oude Mariakerk is al lang geleden afgebroken. Wel dronken we koffie in Maria minor, een schuilkerk die nu is omgebouwd tot vlaams café.
Uiteraard sloegen we de Dom niet over, dat hoort er nu eenmaal bij. Vlak naast de dom is nog een stuk van de oude kloostertuin te zien, met daarin de gevelstenen (al is daar vast een beter woord voor) die architect Cuijpers heeft laten maken voor de restauratie van de domkerk eind negentiende eeuw. Helaas koos hij voor het verkeerde materiaal, waardoor het niet duurzaam was en ze nu vervangen zijn. De oude stenen liggen nu in die tuin, want daar kunnen ze blijkbaar wel tegen de weersomstandigheden.

Op naar de domkerk. Daar was goed te zien hoe de beeldenstorm heeft geraast in Utrecht. Veel van de katholieke kerken waren te groot voor de protestanten en werden daarom gebruikt als opslagplaats of stal (het lot van de oude Mariakerk). Zo niet de dom, die bleef in gebruik als kerk. In de kerk bleken van alle heiligen de hoofdjes afgeslagen te zijn, de rest niet. En zo houd je dan een Anna-te-drieen over, met kleuren, maar zonder gezichten. Jammer hoor.